Kleinschalig wonen ‘anders denken en anders doen’

Kleinschalig wonen en werken ‘anders denken en anders doen’

Het omschakelen van traditioneel werken naar kleinschalig wonen is best een hele verandering. Doordat zowel het team als het aantal bewoners waar dat team voor zorgt kleiner is, is er meer én hechter contact. Zowel met de bewoners maar ook met de mantelzorgers en vrijwilligers. Er is daardoor ook meer wederzijdse afhankelijkheid. Hierdoor is zowel de chemie tussen de bewoners, tussen de professionals onderling als de chemie tussen professionals, bewoners en familie anders. De zorgprofessional is nu meer de “spin in het web”  die ervoor moet zorgen dat alles goed verloopt. Dat is aanzienlijk breder dan alleen het verrichten van zorgtaken. Ook zijn “huiselijkheid”, belevingsgerichte zorg, het goed kennen van de cliënt, weten wat voor die cliënt belangrijk is als het gaat over zijn daginvulling en de eigen regie van die cliënt belangrijke aandachtspunten.

Uit literatuuronderzoek en de praktijk (ervaringen van zorgorganisaties bij o.a. InvoorZorg) blijkt dat er wel enige tijd overheen gaat voor iedereen zich de nieuwe wijze van werken heeft eigen gemaakt. Het gaat niet vanzelf. Er moet afscheid worden genomen  van de oude manier van werken en het nieuwe moet er nog inslijpen. Wanneer we kijken naar de teams die we hierin mogen begeleiden, komen we vaak op onderstaande thema’s uit die absoluut “afgetikt” moeten zijn, wil de invoering van kleinschalig wonen een succes zijn.

Thema 1: Gedeelde visie. Kleinschalig wonen vertaald naar concreet gedrag.

Belangrijk is dat alle teamleden dezelfde visie hebben als het gaat om kleinschalig wonen én elkaar daarop aan spreken. Wat is kleinschaligheid voor het team, wat is een zinvolle daginvulling voor de cliënten en hoe geven ze daar gezamenlijk invulling aan? Waar wil het team als het kijkt naar de mogelijkheden van de bewoners en de mantelzorgers naar toe. Wat is haalbaar gezien de randvoorwaarden en waar staat het team voor? Kortom er moet duidelijkheid zijn. Wat kunnen de cliënten en hun mantelzorgers verwachten en wat verwacht het team van hen. Wanneer daar geen duidelijkheid over is en iedere medewerker daar zijn eigen invulling aan geeft zonder dit af te stemmen met de anderen wordt het zeer verwarrend voor de bewoners. Voor de bewoners en ook de mantelzorgers is het belangrijk dat er eenduidigheid is en dat ze allen in grote lijnen weten waar ze aan toe zijn.

Thema 2: Communicatie: Het teamgevoel, elkaar informeren, aanspreken, vertrouwen en samenwerken?

Als zorgverlener ben je bij kleinschalig wonen een “spin in het web”. Met je teamleden ben je verantwoordelijk voor het “leefgenot” van de bewoners. Naast de verzorging en begeleiding van de bewoners is het zeker ook belangrijk dat je als professional de regie neemt en gemaakte afspraken en wetenswaardigheden doorzet naar je collega’s. Belangrijk is dat het voor de bewoners en de familie niet uit mag maken wie er, wanneer dienst heeft. Je organiseert, spreekt mensen aan én vooral verbindt je mensen met elkaar en organiseert de boel zo dat het gewoon vloeiend doorloopt ook als je geen dienst meer hebt.

Thema 3: Attitude: Anders denken, anders doen!

Kleinschalig wonen is ook anders werken en dat vraagt anders kijken. Een onderzoekende houding: Wat wil iemand graag? Wat is nu voor hem/haar een zinvolle daginvulling? Let op dat is veel meer dan alleen een passende dagbesteding uitzoeken. Veelal gaat het om de kleine dingen kunnen zien waar mensen blij van worden en daar gericht op inspelen. Het genieten van het kijken naar de wolken is soms een hele mooie zinvolle daginvulling. Kortom helder krijgen wat iemand nodig heeft om zich goed te voelen? Hierbij gaat het om goed luisteren, mensen serieus nemen maar ook om mensen stimuleren. Met name dat evenwicht tussen verleiden (gaat u mee naar ….) en mensen in hun waarde laten is een lastige. Het gaat ook om vragen als: Wat kan iemand nog of wat kan iemand nog leren? Maar ook hoe zet je de omgeving van de cliënt in, om zaken geregeld te krijgen? Deze zienswijze vraagt om op een andere wijze kijken. Er wordt gevraagd om anders te kijken en een beroep gedaan op de creativiteit. Dat betekent als een dochter aangeeft dat haar moeder het nog fijn vindt om te helpen bij de maaltijd dat je dan als zorgorganisatie niet zegt dat dat niet mag van HACCP maar dat je een oplossing bedenkt om haar toch in de gelegenheid te stellen om haar steentje bij te dragen. Het belangrijkste is dat de teamleden zich betrokken voelen bij hun team en bewoners en weten wat ze van elkaar kunnen verwachten.

Als HEEL opleidingen begeleiden we organisaties bij de invoering van kleinschalig werken en wonen.