Wat is de beste intervisie methode?

In een eerder bijdrage hebben we het gehad over wat intervisie is en hoe je intervisie kunt gebruiken voor je professionele en persoonlijke ontwikkeling. In deze bijdrage gaat over welke intervisie methode te kiezen. De vraag welke intervisie methode de beste is hangt af van een aantal factoren en is afhankelijk van o.a. de ingebrachte vraag, de ervaren veiligheid in de groep en de vaardigheden van de groep om met een bepaalde intervisie methode om te gaan.

Wat ons betreft gaat het bij het maken van een keuze van een methode altijd erom of de ingebrachte vraag past bij de gekozen methode en de kennis en kunde van de leden van de intervisie groep. De ene intervisie methode past beter bij de ene groep dan de andere. Wat ons betreft is niet de intervisie methode leidend maar de ingebrachte vraag. Dat laten we ook zien bij de startende intervisiegroepen die we begeleiden.

Belangrijk bij het kiezen van een methode is dat de groep de eenmaal gemaakte keuze trouw blijft. Het creatief toepassen van verschillende intervisie methoden bij het bespreken van een ingebrachte casus leidt geheid tot chaos. De kracht van elke intervisie methode zit hem juist in de wijze waarop de ingebrachte casus ‘afgepeld’ wordt. Door tussentijds te wisselen van de intervisie methodiek haal je de kracht hiervan onderuit. In onze gratis weggever bespreken we een geanonimiseerde praktijkcasus en geven daar waardevolle tips bij. Wil je deze ontvangen klik dan op de link.

In deze bijdrage gaan we in op drie veel gebruikte intervisie methoden met hun voors en tegens. Lees ze door en pas ze toe en doe je er voordeel mee.

Veel leesplezier!

Petri Elemans en Ad van Heijst

NB: Voor de leesbaarheid gebruiken we steeds de mannelijke vorm als het gaat om de procesbegeleider, inbrenger etc. Echter intervisie is voor iedereen een mooie methodiek.

 
De intervisie methode


Alle intervisie methoden die wij kennen zijn gebaseerd op het oorspronkelijke basismodel. De een is meer geschikt voor een bepaalde vraagstelling of een bepaalde intervisiegroep dan de ander. Daarom is het belangrijk dat je bij het kiezen van een methodiek goed kijkt naar het doel dat je beoogt en de vaardigheden van de intervisiegroep met intervisie. Wat ons betreft is het altijd mogelijk om met het basismodel te werken. Echter wanneer je echt wil fijn slijpen dan is het in bepaalde situaties wat handiger om een andere intervisie methode te kiezen. Als vuistregel vinden wij dat het als startende intervisiegroep verstandig is om te beginnen met de basisvaardigheden van intervisie. Zodra je die voldoende beheerst kun je gerust met allerlei complexere vormen gaat experimenteren.

Hoe werkt het in de praktijk?

Vraag de uitgewerkte praktijkcasus aan met commentaar!

Welke intervisie methodes zijn er?

Er zijn meerdere intervisie methodes en de vraag is altijd welke intervisie methode past bij jouw intervisiegroep? In dit blog geven we een uiteenzetting en toelichting op drie verschillende intervisie methodes. Deze gebruiken wij als HEELopleidingen regelmatig bij de groepen die wij begeleiden.

De eerste is het basismodel, de tweede is de incidentmethode en de derde is de roddelmethode. Ons advies is steeds om als intervisiegroep te beginnen met het basismodel. Hierin komt de essentie en de basisstappen en de verschillende fases het duidelijkst naar voren komen. Later kan je altijd nog afwijken van het basismodel en kiezen voor een andere intervisie methode. Dit zijn ook veel gebruikte intervisie methoden. Hier komen verderop aan de orde.

Weet wel. Welke vorm je ook kiest, wees wel consequent. Improviseren door tijdens een bijeenkomst een andere werkvorm te kiezen, leidt geheid tot onduidelijkheid en chaos. De kracht van intervisie wordt voor een groot gedeelte bepaald door het volgen van de vooraf bepaalde beproefde methode.

De basis intervisie methode.

Deze intervisie methode is uitstekend geschikt om de meeste intervisievragen te tackelen. De ‘diepte’ die de intervisiegroep wil hebben bij hun intervisie kunnen ze zelf bepalen door het soort vragen dat ze stellen. Zo kun je vragen stellen als wat deed je precies maar ook vragen van wat deed het met jou? Dus niet de methode maar de leden bepalen hoe de methode ingezet wordt. De basis intervisie methode bestaat uit 6 verschillende fases. Hieronder volgt een uiteenzetting van deze verschillende fasen.

Fase 1:   Introductie op de bijeenkomst


Hoe zit iedereen erbij?

  • Terugblik op de vorige bijeenkomst aan de hand van het verslag. Welke afspraken zijn gemaakt en wat is er gebeurd met de uitkomsten van de vorige keer? Waren deze toepasbaar?

Nadenken over het werkprobleem dat je als deelnemer in wilt brengen!

  • Wat speelt er bij jou/ waar loop je tegenaan in je werk? Omschrijf dat zo concreet en kort mogelijk!
  • Ieder brengt maximaal 1 werkprobleem in.
  • Inventarisatie van alle in te brengen casussen in steekwoorden zo mogelijk op een bord.
  • Checken of dit voor iedereen duidelijk is en zo niet geeft de inbrenger een korte toelichting.

Fase 2 :   Uitkiezen van de te bespreken casus


De intervisiegroep kiest in overleg een casus. Bij het uitkiezen van een werkprobleem worden er verschillende criteria gehanteerd. Maak als groep een keuze op basis van:

  • Urgentie en/of emotie
  • De invloed van de inbrenger op het resultaat
  • Een algemeen aansprekend probleem dat voor iedereen speelt
  • Of iedereen in deze groep voldoende aan de beurt komt om een probleem in te brengen
  • De bereidheid van de inbrenger om nu met deze casus aan de slag te gaan.

Welke kies je?

Hij vertelde over zijn casus. Duidelijk werd dat hij de dag voor de intervisie een hevig conflict had gehad met zijn manager. Het zat hem erg hoog en hij was nog erg aangedaan.

Zij vertelt over dat het haar steeds moeilijker lukt om alle ballen in de lucht te houden. Eerder ging het haar heel gemakkelijk af, maar het valt steeds zwaarder. Ze voelt zich ook overal verantwoordelijk voor. Iets wat de gehele groep herkent.

De vraag is nu welke casus kies je als groep om mee aan het werk te gaan? De ene waarbij de emoties heel hoog zitten of juist de tweede omdat het een thema is waar iedereen mee worstelt? Op basis van de criteria kies je voor de eerste casus omdat daar de urgentie veel hoger is.

Fase 3 : Analyseren van het persoonlijke werkprobleem

In deze fase proberen de groepsleden en de inbrenger helder te krijgen wat nu precies de vraag van de inbrenger is.

  • De inbrenger vertelt allereerst uitgebreid over de casus. Hierbij omschrijft hij de situatie. Wie erbij aanwezig waren. Wie welke rol had. Wat er gebeurde en wat het resultaat was. Dit alles zonder dat hij onderbroken wordt.
  • Vervolgens stellen de groepsleden om de beurt informatieve vragen – Om te beginnen ieder 2 die de inbrenger beantwoordt.
  • Let op dat de deelnemers zoveel mogelijk open vragen stellen zoals: Wie, wat, wanneer, welke, waar, etc.. Weet dat open vragen meer informatie opleveren dan gesloten vragen. Gesloten vragen dienen vooral om het beeld dat de vragensteller in zijn hoofd heeft al dan niet te bevestigen en leveren geen nieuwe informatie op.
  • De deelnemers vragen door en luisteren.

NB. Luister met een ‘open mind’. Dat betekent niet interpreteren, oordelen of suggereren!

Fase 4: Reflectie/Advies/Bewustwording

Met de input van de derde fase wordt duidelijk wat de vraag van de inbrenger nu precies is. Wanneer nodig wordt deze geherformuleerd en de groep gaat daarmee aan de slag.

Indien nodig herformuleert de inbrenger zijn persoonlijke vraagstelling.

In de meeste gevallen levert de vorige vragenronde inzichten op bij de inbrenger. Hierdoor is deze beter in staat om zijn eerder ingebrachte vraag nog concreter en beter te formuleren. De overige deelnemers helpen wanneer gewenst de inbrenger daarbij.

Analysefase (adviesronde)

In de adviesronde geeft iedere deelnemer zijn advies aan de inbrenger. De inbrenger luistert, maakt aantekeningen, ontvangt het advies en bedankt de deelnemer. Het is niet de bedoeling dat de inbrenger inhoudelijk reageert op het gegeven advies! Alleen wanneer iets niet duidelijk is, mag de inbrenger nog informatieve vragen stellen.

Analysefase (reflectie)

De inbrenger bespreekt de inzichten die hij/zij opgedaan heeft in deze bijeenkomst. Vervolgens maakt hij een soort actieplannetje. Daarin geeft hij concreet in hoofdlijnen aan wat hij/zij met deze inzichten, wanneer gaat doen. Hoe concreter des te beter.

Fase 5: Generaliseren (Bespreken van het groepsthema)

De intervisiegroep bestaat uit vakgenoten en de intervisie gaat over werkgerelateerde casussen. Hierdoor is de kans dat andere groepsleden zich herkennen in de problematiek die speelt bij de ingebrachte casus zeer groot. Daardoor is het goed om als groep op zoek te gaan of er een gemeenschappelijk thema is.

  • Bepaal de persoonlijke betrokkenheid die alle deelnemers hebben op het ingebrachte werkprobleem. Herkennen ze het en speelt dat ook bij hen? De overige deelnemers reageren ieder kort op wat het besprokene met hen gedaan heeft.
  • Bepaal als intervisiegroep of er n.a.v. het besprokene een groepsthema vast te stellen is. Is het op een hoger niveau te tillen? Dan gaat het over vragen als: “ Ken je situaties waar het vaker voor komt en zou de bedachte oplossing daar ook voor gelden?”
  • De deelnemers bespreken vervolgens de inzichten die ze hebben gekregen en melden wat het bespreken van deze casus hen opgeleverd heeft en wat ze daar concreet mee gaan doen.

Fase 6: De evaluatie van de bijeenkomst en de gekozen intervisie methode

Tot slot krijgt elke deelnemer kort de gelegenheid om aan te geven hoe hij de bijeenkomst heeft ervaren. Wat ging goed en wat zou de volgende keer beter kunnen? Daarna worden de afspraken voor de volgende keer vastgelegd.

De Incident intervisie methode

De incidentmethode is een eenvoudige en gestructureerde intervisie methode. Met name geschikt om lastige situaties waar emoties een rol spelen, te bespreken. De casus staat meer centraal dan de rol die iemand gespeeld heeft. Het is meer een soort intercollegiale toetsing. De methodiek zorgt in eerste instantie voor een scheiding van het incident en hoe de inbrenger gehandeld heeft. Zo kan op een veilig én respectvolle wijze gebrainstormd worden over gedragsalternatieven. Zonder dat iemand zich persoonlijk aangesproken voelt. In een later stadium is er gelegenheid om daar al dan niet dieper op in te gaan.

Bij de incidentmethode ga je met elkaar de lastige situatie onderzoeken vanuit meerdere invalshoeken. Uitgangspunt hierbij is dat hoe meer er duidelijk is over de lastige situatie, hoe beter de oplossingen zullen zijn. Ieder lid van de groep doet mee en ieders bijdrage heeft meerwaarde. Op deze manier krijgt de inbrenger diverse invalshoeken aangereikt om naar zijn ingebrachte casus te kijken.

Het volgen van de incidentmethode zorgt ervoor dat een voorval eerst systematisch wordt geanalyseerd. Daarna volgt pas reflectie en evaluatie. De essentie is dat je ziet  dat er meer oplossingen goed kunnen zijn. Daarnaast leert je om goede vragen stellen en goed luisteren.  

De incident intervisie methode is vooral prima geschikt voor bespreken probleemgedrag van anderen in een werksituatie.

De kern van de incidentmethode is de scherpe scheiding van feiten en interpretaties. Hierdoor kan de casusinbrenger zijn of haar reactie op een concrete gebeurtenis op een veilige wijze ter discussie stellen. Het incident wordt stap voor stap afgepeld waarbij er uiteindelijk gekozen wordt voor een fragment uit de situatie. 

In de zorg of in het onderwijs komen we deze methode vaker tegen. Het is met name geschikt om probleemgedrag van leerlingen of cliënten te bespreken. De maximale groepsgrootte is 20 personen. Echter weet wel dat een groep van 20 heel veel vaardigheden van de intervisiebegeleider én discipline van de deelnemers vergt! Als de groep te groot is, wordt met subgroepen gewerkt van 5 tot 10 personen. De bespreking van een incident duurt ongeveer 5 kwartier.

De incident intervisie methode stap voor stap

1. Informatiefase en keuze van het incident

Iedereen noteert een situatie welke geschikt is om in te brengen. Hierbij gaat het om een situatie waarin je niet goed wist hoe je moest reageren of waarin je achteraf niet blij was met je reactie. Daarna geeft iedere deelnemer een korte schets van zijn incident. Je gaat niet in op hoe je het hebt opgelost of hoe de situatie is afgelopen. Daarna wordt een incident gekozen. De motivatie voor de keuze uit alle incidenten kan zijn dat je een oplossing hebt of dat je iets vergelijkbaars hebt meegemaakt. De voorkeuren worden geïnventariseerd en er wordt een keuze gemaakt met welk incident gewerkt gaat worden.

De rol van de intervisiebegeleider in deze fase is om de groep te stimuleren zodat er een bruikbaar incident op tafel komt.

2. Schetsen van de probleemsituatie

In deze fase vertelt de probleeminbrenger uitvoeriger over zijn casus. Dit zo feitelijk en kort mogelijk. Let op, de inbrenger vertelt niet wat hij zelf deed of hoe de situatie afliep. Tijdens het vertellen van het probleem of direct erna noteren de deelnemers vragen die ze hebben om meer inzicht te krijgen op de situatie.

De rol van de intervisiebegeleider is hier om de casusinbrenger zo feitelijk mogelijk de situatie te laten beschrijven. In feite wordt de ‘film’ teruggedraaid tot de actie waar de inbrenger advies voor wil hebben. Belangrijk is dat de intervisiebegeleider er op let dat de inbrenger niets vertelt over wat er na dat moment gebeurd is.

3. Informatieronde

De deelnemers stellen informatieve vragen aan de probleeminbrenger, zoals:

  • Hoe lang geleden is dit gebeurt?
  • Wie waren erbij betrokken?
  • Wat speelde er precies bij betrokken persoon?

Vragen naar bijvoorbeeld de mening van de probleeminbrenger worden bij deze methode niet gesteld. De reden is dat het geen feitelijke informatie betreft.

De rol van de intervisiebegeleider is ervoor waken dat de casusinbrenger niet te veel zijn eigen kijk op de situatie geeft. Of aangeeft hoe hij de casus heeft opgelost. Bovendien is het de rol van de intervisiebegeleider te voorkomen dat er een discussie ontstaat.

intervisie methode man in stoel vertelt
De inbrenger vertelt over zijn werkprobleem

4. Analyse van de situatie

Op grond van de ingebrachte informatie wordt het probleem definitief vastgesteld. De deelnemers bespreken met elkaar hoe zij de situatie zien. Welke oorzaken hebben zij ontdekt? wat is de rol van de casusinbrenger zelf? Welke rol spelen de omgevingsfactoren etc.? De intervisiebegeleider leidt het gesprek. De casusinbrenger luistert alleen en doet zelf niet mee.

In deze fase gaat het erom helder te krijgen wat het probleem is. Er mag gebruik gemaakt worden van de gegevens uit de informatiefase. Er worden geen nieuwe vragen meer gesteld aan de inbrenger. De uitdaging in deze fase is om de discussie te beperken tot de analyse en niet meteen naar oplossingen te gaan. Het blijkt in deze fase zeer verleidelijk om met elkaar de discussie aan gaan. Een strakke leiding en hantering van de spelregels is daarom absoluut noodzakelijk.

De rol van de intervisiebegeleider is het strak leiden van de plenaire bespreking. Hij moet zorgen dat iedereen aan bod komt en dat het bij analyseren blijft en dat er niet ‘stiekem’ naar oplossingen wordt gegaan.

5. Standpuntbepaling en advies

De deelnemers bedenken nu wat ze zelf zouden doen in deze situatie. Ieder noteert voor zichzelf zijn reactie. Als de groep wat groter is dan kan dit ook in tweetallen gebeuren. Vervolgens leest ieder zijn aanpak voor. Het is niet de bedoeling dat daar door anderen een reactie op wordt gegeven. De intervisiebegeleider noteert de verschillende antwoorden.

De rol van de intervisiebegeleider is om de deelnemers voldoende tijd tijd te geven om hun inbreng te bedenken en te noteren. Ook hier is het zeer verleidelijk om met elkaar over ieders oplossingen te gaan discussiëren. Daarom zal ook hier de intervisiebegeleider een flinke kluif hebben om het strak te leiden.

6. Wat deed de casusinbrenger?

De casusinbrenger vertelt nu hoe hij zelf handelde in deze situatie. Om vervolgens aan te geven wat hij zich voorneemt om de volgende keer te gaan doen. De andere deelnemers luisteren alleen.

7. Afsluiting en evaluatie

Allereerst krijgt de casusinbrenger de gelegenheid om wat te zeggen. Vervolgens wordt er gezamenlijk gekeken naar de ingebrachte oplossingen. Tot slot geeft ieder kort aan wat de bijeenkomst haar of hem heeft gebracht.

Mogelijke vragen die aan de orde kunnen komen bij de nabespreking zijn;

  • Heeft de probleeminbrenger behoefte aan een toelichting op een reactie uit de bespreking?
  • Wat zijn de voor- en nadelen van de verschillende aanpakken? Het hier altijd lastig om niet met elkaar in discussie te gaan over de ingebrachte oplossingen. Helpend is om eerst snel een overzicht te maken van alle oplossingen. Om daarna de inbrenger een top 3 samen te laten stellen. Om vervolgens die oplossingen op waarde te schatten. En daarna pas van commentaar te voorzien.
  • Wat heeft de bijeenkomst iedereen gebracht, zowel de casusinbrenger als alle deelnemers.

De Voor- en nadelen van de incidentmethode

Voordelen van de incidentmethode

  • Alle deelnemers worden en zijn actief betrokken.
  • De deelnemers leren situatief te denken.
  • De samenwerking in de groep wordt positief gestimuleerd.
  • De deelnemers leren relativeren en ontdekken dat er meerdere bruikbare oplossingen zijn.
  • De luistervaardigheden van de deelnemers worden door de methodiek verbeterd. Ook leren ze goede vragen te stellen

Nadelen van de incidentmethode:

  • Sommige relevante processen die van invloed kunnen zijn op het ingebrachte probleem, blijven buiten beschouwing.
  • De structuur van de methode kan in de weg staan. Vooral wanneer er een persoonsgerichte vraagstelling is.Dan is bijvoorbeeld de basis intervisie methode meer geschikt.
  • Deze aanpak vraagt veel communicatievaardigheden van de intervisiebegeleider. Maar ook veel discipline van de deelnemers.

intervisie-methode-twee-vrouwen-roddelen

De Roddelmethode als intervisie methode

Een andere veel gebruikte intervisiemethode is de roddelmethode. De term roddelmethode klinkt misschien niet echt uitnodigend maar wees gerust het is niet roddelen. De kern is dat er door de intervisiegroep gepraat wordt over het ingebrachte werkprobleem én de rol van de inbrenger zonder dat de inbrenger daar enige invloed op mag uitoefenen. Deze intervisie methodiek werkt alleen als de leden van de intervisiegroep elkaar goed kennen en als de inbrenger zijn probleem duidelijk kan beschrijven. Daarnaast is er veel respect voor elkaar, er wordt veiligheid ervaren in de groep en de inbrenger is bereid om zich kwetsbaar op te stellen en zo open mogelijk naar de anderen te luisteren. 

Ook deze intervisiemethode is afgeleid van de basismethode. Dat betekent dat diverse stappen vergelijkbaar zijn. Dat betekent ook dat het alleen werkt als de intervisiegroep de stappen die bij deze intervisiemethode horen consequent volgt. Daarnaast heeft de intervisiebegeleider een belangrijke rol om ervoor te zorgen dat de intervisiegroep bij de vraag blijft en niet echt gaat roddelen over de persoon die het inbrengt.

De roddelmethode als intervisie methode stap voor stap 

1. De Informatiefase en keuze van het incident

Deze fase is vergelijkbaar met de eerder beschreven methodes. De intervisieleden brengen een casus in en vervolgens wordt er een keuze gemaakt welke casus besproken gaat worden. 

2. Schetsen van de probleemsituatie

In deze fase vertelt de probleeminbrenger uitvoeriger over zijn casus en dat zo gedetailleerd mogelijk. In tegenstelling tot de incidentmethode vertelt de inbrenger ook wat hij precies deed en hoe de situatie afliep. De bedoeling is dat ook hier de overige deelnemers alleen luisteren en vragen die ze hebben noteren om die later te stellen. 

3. De Informatieronde

In deze ronde is er de gelegenheid om informatieve vragen te stellen aan de probleeminbrenger. Deze fase komt overeen met de eerdergenoemde intervisiemethode. 

4.  ‘Roddelen’

Inbrenger ‘verlaat’ de intervisiegroep

De inbrenger neemt fysiek afstand door buiten de kring te gaan zitten. Deze ronde neemt hij nog verbaal noch non-verbaal deel aan het gesprek. Het enige dat de inbrenger mag doen, is aandachtig luisteren en aantekeningen maken.

‘Roddelen’

De overige groepsleden gaan, m.b.v. de informatie die ze hebben, met elkaar in gesprek over de vraag van de inbrenger. Hierbij komen zaken aan de orde als mogelijke achtergronden, oorzaken en oplossingen. In tegenstelling tot de eerder beschreven methodieken geven ze ook aan hoe ze aankijken tegen de rol die de casusinbrenger in het geheel speelt. Wat vinden ze van zijn handelen, wat is zijn mogelijke betrokkenheid bij het probleem en speelt hij zelf een rol bij de oorzaak van de huidige situatie. Belangrijk hierbij is wel dat de deelnemers zich vrij voelen om te zeggen wat er bij hen opkomt. Hoe ongenuanceerd dat ook moge zijn. Feitelijk is het een soort brainstormen. NB: Belangrijk in deze fase is dat alles respectvol gebeurt.

Conclusies n.a.v het ‘roddelen’

Op grond van wat er ingebracht is komen de groepsleden uiteindelijk tot een aantal uitspraken. Deze hebben betrekking op de indruk die de intervisiegroep heeft over:

  • De oorzaak van de huidige situatie. 
  • Het gedrag van de inbrenger bij deze casus.
  • De mogelijke betrokkenheid van de inbrenger bij het probleem
  • Welke mogelijkheden er zijn als de inbrenger er anders over zou denken

En natuurlijk ook mogelijke alternatieven die de inbrenger in deze situatie had kunnen doen.

5. Terugkoppeling van de inbrenger

De inbrenger neemt weer plaats in de kring. Hij bedankt de overige groepsleden voor het ‘geroddel’. Vervolgens geeft hij aan hoe hij hetgeen dat gezegd is, heeft ervaren. Wat heeft hem geraakt. Wat sprak hem aan en waar kan hij concreet wat mee? En nog belangrijker wat gaat hij concreet de volgende keer in zo’n situatie doen?

6. Evaluatie en afsluiting van de intervisiebijeenkomst

Deze fase komt ook voor bij de eerder besproken intervisiebijeenkomsten. Alle deelnemers kijken terug op de intervisiebijeenkomst en geven aan wat de bijeenkomst hen zelf heeft gebracht.

Opmerking: De ‘roddelmethode’ is een krachtige methode maar heeft, als het niet goed toegepast wordt, een heel hoog afbreukrisico. Daarom is deze methode niet aan te raden voor beginnende intervisiegroepen. Voorwaarde voor het gebruik van de roddelmethode is dat het alleen werkt in een veilige, vertrouwde groep waarin respect overheerst. Om de veiligheid te garanderen is het belangrijk dat er een kritische en strenge intervisiebegeleider is die het proces in goede banen leidt. En meteen ingrijpt wanneer de toon van de ‘roddels’ niet ter zake, respectvol of concreet zijn.

intervisie-vijf-personen-in-overleg

De intervisie methode en intervisie vragen?  

De vraag of er voorbeelden van intervisie vragen zijn, is best lastig te beantwoorden. Zeker zijn er bepaalde intervisie vragen te bedenken. Echter afhankelijk van de intervisie methode en de fase waarin je zit, zijn bepaalde intervisie vragen wel of niet gepast. Weet echter ook dat het doel van de meeste vragen bij intervisie is om informatie in te winnen. Vooral bij het helder krijgen van wat de vraag van de inbrenger nu precies is, is bij alle intervisie methode van essentieel belang. Hoe concreter de vraag hoe beter de adviezen. Om dat doel te bereiken zijn open vragen vooral in de informatie ronde per definitie het meest geschikt.

Weet wel dat het doel van intervisie vragen vooral is om de verteller uit te nodigen om meer informatie te geven. Deze intervisie vragen beginnen met wie, wat, wanneer, hoe, waar, etc.. Het doel is dat de bevraagde meer vertelt over wat er in zijn ogen is gebeurd of zou kunnen gebeuren. De vraag ‘vertel meer’ is ook een mooi voorbeeld daarvan. Neem als stelregel maar aan dat gesloten vragen (Vragen die je met ja en nee kunt beantwoorden) niet echt geschikt zijn voor intervisie. Dit komt doordat ze de ander niet uitnodigen om wat meer te vertellen. Het enige dat ze doen is toetsen of wat jij bedacht hebt klopt of niet. Hoewel dat af en toe ook nodig is, is het goed om toch zoveel mogelijk open vragen bij intervisie te stellen.

Samenvatting en conclusies ” Wat is de beste intervisie methode” ?

We hebben in dit blog laten zien dat de vraag wat beste intervisie methodiek is niet zomaar te beantwoorden is. In dit blog hebben we de drie meest gebruikte intervisie methoden beschreven. Daarbij hebben we de voors en tegens van elk van deze intervisie methoden aangegeven en heb zo ook de mogelijkheden van intervisie laten zien. Tevens hebben we benadrukt dat de kracht van elk van deze intervisie methoden erin zit dat je de gekozen intervisie methode altijd stapsgewijs volgt. Wij geloven in erin dat intervisie een prachtige methodiek is om de professionaliteit van de medewerkers te verhogen.

Het belang van elke fase

In alle intervisie methoden is een scheiding aangebracht tussen de verschillende fases. Deze scheiding is de essentie van intervisie. Door deze scheiding word je als groep o.a. gedwongen om langer stil te staan bij het verzamelen van informatie zonder gelijk naar de oplossing te gaan. Dit gezamenlijk met alle deelnemers informatie verzamelen alvorens deze gezamenlijk te analyseren is een zeer belangrijk onderdeel van de verschillende intervisie methoden. Door de gestelde vragen van de verschillende deelnemers krijgen de deelnemers inzicht in hoe iemand anders informatie tot zich neemt. En ook hoe iemand werkt en denkt. Hierdoor en door de gezamenlijke analyse leer je veel van je vakgenoten. Zo ontwikkel je vanzelf een breder perspectief en neemt je deskundigheid toe. 

Ondanks het feit dat intervisie veel te bieden heeft zien we helaas toch regelmatig dat veel intervisiegroepen na verloop van tijd om diverse redenen weer stoppen. Soms is de reden dat de groep ‘klaar’ is en dat wat geleerd moest worden daadwerkelijk geleerd is. Echter vaak komt het ook doordat groep onvoldoende vaardigheden heeft om de gekozen methodiek toe te passen. Hierdoor wordt er uit de bijeenkomsten niet gehaald wat mogelijk is. Hierdoor neemt de motivatie af en stopt de intervisiegroep. Dat is jammer.

Dus wil je een intervisiegroep op te zetten of wil je meer rendement uit je intervisiegroep kijk dan eens naar wat wij kunnen doen. We hebben ervaring met het opzetten en begeleiden van intervisie groepen. We leren de leden van de groep de basiskneepjes van intervisie en zoeken een methodiek die bij jullie intervisiegroep past. Vervolgens begeleiden we de intervisiegroep zover dat deze vervolgens zelfstandig met intervisie aan de slag kan. Onze begeleiding is altijd maatwerk dus als je vragen hebt neem contact met ons op.

Bronnen: 

Deze bijdrage is gebaseerd op onze eigen ervaringen bij intervisie. Aangevuld met wat daarover bij onze diverse opleidingen is voorbij gekomen.

Reviews

Er zijn nog geen reviews. Laat s.v.p. een review achter.

Laat een review achter

Je mag alleen een sterren-beoordeling achterlaten, maar we vinden het fijn als je jouw beoordeling nader toelicht.