werkplezier collega

Alles over het vergroten van werkplezier!

Werkplezier en werkdruk zijn best lastig te vangen. Het komt regelmatig voor dat opeens zonder dat er voor jouw gevoel aantoonbaar wat is veranderd het werk en het plezier dat je er bij hebt verdwenen lijkt.

Wat te doen? Veel mensen “duiken” dan en wachten tot het weer over gaat. Dat is vaak een goede oplossing want we hebben allemaal wel eens onze pieken en dalen en soms nemen we iets anders op dan het bedoeld is. Echter wat te doen als het niet over gaat? Hoe krijg je je werkplezier terug? In deze bijdrage gaan we daar verder op in en geven aan waar je op kunt letten en wat je zelf óf samen met je collega’s  kunt doen om je werkplezier te vergroten. 

Inhoudsopgave:

Werkplezier en werkdruk een paar apart!

 

Werkdruk en verwachtingen.

 

Mijn eerste baan

Ik begon als docent Management & Organisatie aan de HAS in Den Bosch. Gaandeweg kwam ik er achter dat mijn verwachtingen totaal niet overeen kwamen met de werkelijkheid van het werkzame leven. Toen ik afgestudeerd was dacht ik dat ik, na meer dan 22 jaar onderwijs gevolgd te hebben, eindelijk aan de slag kon om mijn talenten en vaardigheden te etaleren. Ik wilde alles dat ik geleerd had, delen met mijn collega’s en de studenten en zag daar een mooie mogelijkheid voor in deze baan.

Echter al vrij snel kwam ik er achter dat ik behoorlijk naïef was. Ik diende me te voegen naar de gebruiken en procedures van de organisatie. Dat deed ik en ik paste me aan. Achteraf besef ik me dat dit ten koste ging van mijn werkplezier en dat daar een groot gedeelte van mijn ervaren werkdruk vandaan kwam. Het schipperen tussen volgens het kader werken en je eigen gang gaan, kostte me veel energie. Zeker als ik niet direct het nut inzag van de dingen die ik moest doen.

Tot hier en niet verder!

De maat was bij mij vol toen ik in het kader van verdieping de studenten een lezing van een externe topspreker aan wilde bieden. Ik maakte de administratieve tijger wakker. Bij het opmaken van de balans bleek dat ik uiteindelijk voor het organiseren van die lezing bijna een week bezig was geweest in mijn eigen tijd. De tijd zat in het regelen, overleggen en overtuigen van collega’s om lessen te verschuiven. Vaak moest ik veel weerstand overwinnen want de collega’s begrepen niet waarom dat nu allemaal zo nodig moest. Daarnaast moest ik ook veel formulieren invullen voor toestemming om zaken te verzetten en voor de declaratie van de kosten van de externe. Gelukkig was de spreker uiteindelijk bereid om te komen voor een fles wijn die ik zelf betaalde. De lezing was een succes en de studenten waren vol lof. Echter voor mij viel het doek. Ik besefte dat zo te moeten werken in zo’n omgeving niet mijn ‘ding” was.

Waar zat nu precies mijn pijnpunt?

De ruimte die ik nodig had om me te ontwikkelen en te groeien kon ik in deze organisatie niet vinden. Op dat gebied was er geen wederzijdse klik. Ik merkte dat ik hierdoor mijn creativiteit en gedrevenheid kwijt raakte. Ik zocht andere activiteiten naast mijn werk. Zo gaf ik als vrijwilliger ’s avonds communicatietrainingen en werd ik bestuurlijk actief in een tweetal organisaties. Ik merkte ook dat ik op mijn werk inmiddels bijna net zo hard begon te zuchten als een aantal van mijn uitgebluste collega’s. Voor hen waren er steeds véél meer belemmeringen dan kansen. Alles was héél erg zwaar. De directie deed het allemaal verkeerd, luisterde niet naar hen etc.. Het verschil tussen hen en mij was dat ze eigenlijk toen al besloten hadden om ‘de rit’ uit te zitten. Kortom ze durfden niet iets nieuws te gaan doen.

Ervaarde iedereen dat?

Interessant was wel dat er daarentegen ook collega’s waren die zich als een vis in het water voelde. Zij accepteerden dat het was zoals het was en wisten binnen de marges hun ding te doen. Zij zaten in een voor hen prima werksituatie. Wat ik hiervan leerde is dat het altijd om beleving gaat. Iedereen heeft andere dingen nodig om zich fijn te voelen. Voor de een is een strak kader benauwend. Voor de ander is het helpend. Het is maar hoe je het bekijkt. Het lag niet aan mij en niet aan de organisatie. Alleen op dat moment was er geen klik en pasten we niet bij elkaar.

Ander werk zoeken.

Ik besloot om iets anders te gaan doen en een andere baan te zoeken. Het moest een baan zijn die meer aansloot bij wat ik nodig had. De conclusie n.a.v. deze ervaring was dat ik op zoek moest naar een organisatie die uitdaagde, ruimte gaf en me de gelegenheid gaf om mezelf verder te ontwikkelen. Ik merkte dat mijn enthousiasme, creativiteit en werkplezier onder druk kwamen op specifieke momenten. Met name als ik; ofwel zaken moest doen waar ik niet direct het nut van inzag; ofwel niet mocht doen waar ik blij van werd. Het gevolg hiervan is dat ik gelijk mijn energie kwijt raak en werkdruk begin te ervaren.

De nieuwe baan.

Gelukkig vond ik toen een baan en een organisatie die goed bij me paste en waar ik in de gelegenheid werd gesteld om mezelf verder te ontwikkelen. Ik mocht zelf denken, experimenteren en er werd naar me geluisterd. Het rare is dat ik toen veel meer uren per week werkte. Ik werkte ook wekelijks een avond en regelmatig in een weekend. Hoewel dat impact had op de privésituatie en ik veel van huis was ervaarde ik daar nauwelijks werkdruk. Ik had vooral heel veel plezier en voelde me als een vis in het water. Hierdoor merkte ik dat werkdruk niet steeds direct te koppelen is aan het aantal gewerkte uren. Er zijn ook andere factoren die daar een belangrijke invloed op hebben. Het gaat dan met name om werkplezier. In deze bijdrage leggen we het verband.

man lekker in zijn vel

 

Hebben hard werken, werkdruk en werkplezier iets met elkaar gemeen?

 

Hard werken is iets anders dan werkdruk.

Bij werkdruk gaat het er om dat er iets van je verwacht wordt. En dat je je elke keer weer afvraagt of je wel in staat bent om het voor elkaar te krijgen. Met name de link die veel organisaties leggen tussen het aantal beschikbare werkuren en de klus die in die tijd gedaan moet worden geeft stress. Mede omdat het veelal impliciet suggereert dat als je het niet binnen die tijd haalt, je niet competent bent. Immers de norm is er voor iedereen en dus ook voor jou.

Alleen deze wijze van denken, geeft al stress. Werkcontracten waar je werktijd niet alleen in uren maar ook in minuten uitgedrukt zijn, maken het niet beter. Wij denken dat dergelijke contracten in zijn algemeenheid een verkeerd signaal geven. Zeker als je met mensen werkt zoals in de zorg en in het onderwijs. De ene mens is de ander niet en heeft meer of minder tijd nodig. De waanzin van de 5 minutenregistratie in de zorg is gelukkig teruggedraaid.

Praat er samen over!

In onze teamtrainingen hebben we het regelmatig over werkdruk en werkplezier. Daarbij kijken we met de teamleden wat ze zelf zouden kunnen doen om hun werkplezier te vergroten.  Dan komen er vaak leuke zinvolle ideeën die meestal heel eenvoudig in te voeren zijn en meteen effect hebben. Vaak gaat het dan niet om de harde kant maar om de zachte kant van samenwerken. Denk aan empathie, oog hebben voor elkaar, open staan, elkaar aanspreken en complimenteren, etc. Zie ook onze blog over samenwerken als team. Het mooie is dat de teamleden dan vaak weer met meer energie weg gaan en er weer zin in hebben.

Let wel op dit verhaal wil zeker niet zeggen dat we werkdruk niet serieus nemen. In tegendeel, echter inmiddels weten we uit ervaring wel dat de focus op werkplezier veel betere resultaten oplevert dan de focus op werkdruk.  

 

Wat doen normtijden met ervaren werkdruk?

 

De werkdrukbom

Door taken en normtijden met elkaar te verbinden leg je een werkdrukbom. Alleen al het feit dat je een taak uitdrukt in uren en minuten, soms zelfs in seconden, zorgt er voor dat tijd automatisch een aandachtspunt is.

Bij mijn eerste baan in het onderwijs was de aanstelling in uren en minuten. Gelukkig was er toen geen verplichte tijdsregistratie anders was ik helemaal doorgedraaid. Dit kwam omdat ik de eerste jaren bijna twee keer zoveel tijd nodig had om mijn taak enigszins behoorlijk te vervullen. Ik vroeg me regelmatig af of ik doordat ik zoveel tijd nodig had wel geschikt was voor mijn baan. Achteraf bleken alle beginnende docenten veel meer tijd nodig te hebben. Dit effect kunnen normen en tijdsregistratie hebben op mensen.

 

Uitbetaalde tijd versus benodigde tijd.

 

Waar ligt je grens?

In die tijd leerde ik noodgedwongen dat grenzen stellen in een “ vrij beroep” als leerkracht ook noodzakelijk is. Jij bent immers degene die beslist wanneer het goed genoeg is. Als je geen grenzen stelt, ga je maar door en door zeker als je het graag goed wil doen. Omdat ik het graag goed wilde doen had ik “maar” een 0,9 contract. In de praktijk werkte ik 6 dagen in de week voor school en had steeds het idee dat ik nog meer kon doen. Het werk voelde nooit als af. Toen ik dat een keer aankaartte zei mijn leidinggevende dat ik het moest doen in de tijd die er voor stond.

Dat voelde niet goed en ik ervaarde hierdoor aan den lijve de waan die het schrijven van uren en minuten in een organisatie teweeg brengt. Vooral wanneer de organisatie gericht stuurt op tijd zonder oog voor de menselijke factor is de kans groot dat er schrijnende situaties ontstaan. Als zorg- of onderwijsprofessional moet je behoorlijk sterk in je schoenen staan om goed weerwoord te hebben als je je tijdsbesteding moet verantwoorden.

Bewuste relatie werktijd – beloning!

Een neveneffect van sturen op tijd is dat de medewerker zich ook steeds bewuster is van de relatie werktijd en beloning. De vraag waarom zou ik meer werken dan waarvoor ik betaald krijg, is dan snel gesteld. Interessant te weten is dat beroepskeuzes een andere invalshoek hebben. Daar is niet het geld de motivator maar het werk zelf. De zorg en het onderwijs zijn mensenberoepen. De reden dat veel mensen daar gaan werken is dat ze iets met mensen hebben. Ieder mens is uniek en heeft wat anders nodig. Daar ligt hun passie en geeft hun werk glans. Het is iedere keer weer anders en dat maakt het werk mooi. Dat geldt zowel voor een leerling als voor zorgcliënt.

foto burn out

 

Moet je dan uren en taken helemaal los laten?

Nee dat niet. Het is wel goed om enige richtlijnen te hebben. Gebruik ze dan ook als zodanig. Echter onderschat het effect van dergelijke denkwijzen niet, zeker als je daar als organisatie verkeerd op gaat sturen. Als je medewerkers confronteert met het feit dat ze bij het verwisselen van een verband of in een gesprek wat meer tijd nodig hebben dan er voor staat, dan doet dat wat met je. Als je niet sterk in je schoenen staat denk je dat je het niet goed doet. Immers anderen (de norm) kunnen het wel. Tevens krijg je een opgejaagd gevoel want die tijd moet weer ergens anders ingehaald worden. En dat gevoel is de bron van werkdruk. Zeker als steeds verwacht wordt dat je binnen een bepaald tijdsbestek “ je ding doet”. Wanneer er geen uitloop is, geeft dat al druk.

De praktijk

In de zorg hoor je mensen dan regelmatig tegen elkaar zeggen dat ze wat eerder komen om zich vast in te lezen voor een dienst. Of dat ze wat langer gebleven zijn om te rapporteren en in het onderwijs hoor je verhalen dat ze tot ’s avonds laat en in het weekend nog met hun werk bezig zijn geweest. Hieruit blijkt dat tijd die nodig is een item geworden is. De verhouding betaalde uren versus de tijd die je nodig hebt wordt steeds afgewogen en dat geeft stress. Dit komt trouwens ook veel voor in de bouw en ook bij adviesbureaus. De praktijk wijst uit dat wanneer je uren los laat dat het dan anders ervaren wordt en dat de mensen zeker zo productief zijn en zich ook veel minder opgejaagd voelen.

Mijn ervaring

Ik heb toen ik als adviseur werkte regelmatig ’s avonds in de file gestaan tussen Den Haag en Rotterdam op weg naar Wijchen. Dat heb ik toen als zeer stressvol ervaren. Immers in die tijd kon ik niets doen voor de klant en dus geen declareerbare uren maken. De regel was reistijd is eigen tijd. Het gevolg was dat ik als ik thuis was niet aan de norm van de organisatie voldeed en dat voelde niet goed. Zo voelde ik me  gedwongen om als ik thuis was nog wat extra uren te maken. Hierdoor ervaarde ik werkdruk en stress en ging mijn werkplezier naar beneden.

Later stond ik als zelfstandige op dezelfde tijd in dezelfde file en toen was de stress een stuk minder. De enige aan wie ik verantwoording af moest leggen was aan mezelf. Dat gaf een rustgevend gevoel ondanks dat in de file staan niet mijn hobby is.

 

Salaris is vooral waardering!

 

Relatie salaris en waardering.

Een ander aspect in deze hele discussie is dat er vaak naast werkdruk ook gekeken wordt naar het salaris. Salaris is naast een bron van inkomsten ook vooral een graadmeter van waardering. Goed salaris staat voor hoog gewaardeerd en laag salaris voor slecht gewaardeerd. Hoog en laag is altijd t.o.v. een andere beroepsgroep. Vooral als mensen het idee hebben dat ze een hele hoge werkdruk hebben, vinden ze altijd dat er een goed salaris tegenover moet staan. Eigenlijk gaat de discussie dan ook over gezien worden als beroepsgroep. Immers als iets niet goed betaald wordt, stelt het niet veel voor.

Werkdruk veelal veroorzaakt door extra andere taken!

Bij de zorg en in het onderwijs is met name werkdruk altijd onderwerp van gesprek. Het verhaal is steeds dat de werkdruk het werkplezier onder druk zet. De roep is om meer geld en maatregelen om de werkdruk te verlagen. Veelal wordt er dan ook nadrukkelijk gevraagd om meer uren om de extra taken te verrichten waar ze nu niet aan toe komen. Het gaat dan veelal om taken die niet voortkomen uit het normale werk. Denk aan registratie van de uren, vergaderen, etc. De verwachting hierbij is dat dan de druk op het eigenlijke werk afneemt en het werkplezier wel weer zal toenemen.

De vraag is echter of dat daadwerkelijk het geval zal zijn. Immers die taken zijn niet de reden dat mensen dat beroep hebben gekozen. Je gaat niet in de zorg werken omdat je administreren zo leuk vindt en je gaat niet in het onderwijs werken omdat je overleggen met ouders en collega’s zo leuk vindt.

Duidelijk is wel dat door die extra taken de werkdruk toeneemt en het werkplezier ondermijnd wordt. Hierdoor ervaren mensen steeds meer werkstress, stoppen vaak met samenwerken en trekken steeds meer dingen naar zich toe, raken gespannen en soms overspannen en overwegen een carrièreswitch. De motivatie daalt, het ziekteverzuim stijgt en de duurzame inzetbaarheid staat onder druk.

Moeilijke keuze: Minder werkdruk of meer salaris (waardering).

Echter als er dan in het onderwijs maatregelen genomen worden om de werkdruk te verlagen door bijvoorbeeld mensen voor hetzelfde salaris minder lessen te laten geven dan zie je vaak wat raars. Veel leerkrachten hebben toen er extra geld was voor het bestrijden van de werkdruk een keuze voorgelegd gekregen. Of minder lessen voor hetzelfde salaris of evenveel lessen voor een hoger salaris. Een heel groot deel heeft toen gekozen voor een hoger salaris. Het effect van de werkdrukverlaging waarin de mensen meer tijd kregen om hun lessen voor te bereiden werd hierdoor nauwelijks gehaald. Het is de vraag of en zo ja hoelang het hogere salaris een positief effect heeft op het werkplezier.

Anders gaan werken heeft vaak direct effect op het werkplezier

 

Veranderingen worden per definitie door mensen als spannend ervaren en spanning geeft stress. Daarom is het belangrijk dat alle veranderingen goed geïmplementeerd worden en dat er begrip is voor die stress. De reden dat veel veranderingen niet lukken is omdat er te weinig aandacht is voor dit gegeven. We hebben inmiddels diverse teams mogen begeleiden bij hun veranderingsprocessen. Of het nu gaat om zelf sturen, meer aandacht voor de eigen regie van de klant, elkaar coachen, kleinschalig werken of op een andere wijze van de organisatie aansturen (Rijnlands denken) altijd gaat het om hetzelfde proces.

Uitgangspunt is altijd dat alle betrokkenen gezien worden en de gelegenheid krijgen om zich te uiten en te wennen aan het nieuwe. Wanneer mensen bij de hand worden genomen en er een leercultuur neergezet wordt waar mensen gezien worden, serieus genomen worden, mogen experimenteren en fouten mogen maken gaat de invoering van een verandering veel beter. Daarom pleiten wij niet voor de gangbare werkwijze van een pilot en dan uitrollen maar juist voor allemaal ‘pilots’. Iedereen voelt zich dan speciaal en heeft het gevoel dat ie gezien wordt en er toe doet. De ervaring is ook dat de extra tijd die dit lijkt te kosten zich in veelvoud terugverdient door het feit dat de invoering veel sneller en gemakkelijker gaat en er minder fouten gemaakt worden.

 

Werkdruk versus werkplezier.

Werkdruk en werkplezier zijn nauw met elkaar verbonden. Ervaren werkdruk heeft een negatief effect op het werkplezier. Omdat werkplezier voor veel mensen wat vaag is en niet zo sexy hebben we het gauw over werkdruk. Welke aspecten spelen nu een rol als het gaat over werkplezier?

Belangrijke indicatoren voor werkplezier:

  • Wat je doet, doet er voor jou toe. Je hebt iets met waar jouw organisatie voor staat.
  • In je werk doe je taken die voor jou voor die functie belangrijk zijn (ze zijn het belangrijkste onderdeel van je werk en daar gaat de meeste energie in zitten!).
  • Je wordt gezien door je collega’s, de organisatie en je klanten.
  • Wat van je gevraagd wordt door de organisatie is realistisch. Dat betekent dat je de kennis en kunde in huis hebt om dat te doen en dat de organisatie je faciliteert om je ‘ding’ te kunnen doen.
  • Dat de inspanning die je verricht in evenwicht is met de ontvangen beloning.

 Als het werkplezier omhoog gaat, zal bij gelijkblijvende werkbelasting, de ervaren werkdruk minder worden. Andersom geldt dat helaas ook.

Wil je meer achtergrond informatie klik dan op onderstaande link en laat je gegevens achter. We sturen je dan een artikel toe waar we vier items benoemen in de zorg die veel effect hebben op het werkplezier en daardoor ook op de ervaren werkdruk. We geven dan ook aan wat de mogelijkheden zijn om dat positief te beïnvloeden. Ben je nieuwsgierig geworden?  Vul dan je gegevens in op ons contactformulier en vraag ons artikel daar over aan.

4 noodzakelijke voorwaarden voor werkplezier

Klik hieronder, laat je gegevens achter en vraag het artikel aan!

Wat is het geheim van werkplezier?

In onze teamtrainingen merken we dat er diverse elementen zijn die absoluut noodzakelijk zijn als het gaat om plezierig werken. Waarschijnlijk weet je ze wel maar kun je er niet zelf op komen omdat het zo vanzelfsprekend is. Tip: Het gaat dan niet over het ontbreken van werkdruk of een goede bonus. Waar gaat het dan wel om?

Erkenning, gezien worden!

Uit allerlei onderzoeken en in de praktijk blijkt dat erkenning (gezien en serieus genomen worden door anderen) een van de belangrijkste factoren is voor werkplezier. Plezier ontstaat wanneer je het gevoel hebt dat je er voor anderen toe doet en dat je een zinvolle bijdrage levert aan de groep. Belangrijk hierbij is ook dat je ook gezien en gewaardeerd wordt door de groep en dat je samen het idee hebt dat je iets moois en waardevols creëert. Teams waar mensen elkaar regelmatig vertellen of laten zien dat ze blij zijn met elkaar, presteren beter en hebben ook aanzienlijk minder last van ervaren werkdruk. Ook het ziekteverzuim is aantoonbaar lager. Er is collegialiteit, mensen kennen elkaars kwaliteiten, spreken elkaar aan en voelen zich gezamenlijk verantwoordelijk. Dan “stroomt het” en dan lijken zaken vanzelf te gaan en is er aantoonbaar meer plezier in het werk.

Nul procent ziekteverzuim!

De schrijver van dit stukje heeft ooit het voorrecht gehad om in zo’n team te werken. De betrokkenheid van de teamleden was dermate groot dat iemand zelfs met koorts met plezier kwam werken. Dat slaat dan weer door naar de andere kant en we hebben de bewuste medewerker gevraagd om toch maar naar huis te gaan en uit te zieken. Daar ging ons record. Dit voorbeeld geeft wel aan hoe verbonden mensen zich kunnen voelen met de organisatie en hoe fijn het voelt om ergens echt bij te horen en te weten dat jouw bijdrage er daadwerkelijk toe doet. 

Moeiteloos briljant

Om teams zo goed mogelijk te laten functioneren is het handig om op zoek te gaan naar wat ieder teamlid zo bijzonder maakt en daar aandacht aan te geven. Kortom waar zijn de individuele teamleden op hun werkgebied “moeiteloos briljant” in? Frappant is dat mensen dat vaak zelf best moeilijk vinden om te benoemen omdat het immers “vanzelf” gaat. Uitgangspunt hierbij is dat wanneer iemand iets doet waar hij/zij goed in is dat het over het algemeen per saldo meer energie oplevert dan het kost en daar worden mensen blij van. Helaas is het tegenovergestelde ook waar.

Ga op zoek naar elkaars kwaliteiten!

Belangrijk is steeds dat je elkaar echt ziet en daar gebruik van maakt. Ga dus met elkaar als team op zoek naar elkaars kwaliteiten en leer elkaar en elkaars kwaliteiten goed kennen. (Zie ook onze bijdrage over teamontwikkeling) Weet ook van elkaar waar de ander niet zo goed in is en ondersteun elkaar én probeer zoveel mogelijk te voorkomen dat iemand bezig is met waar hij/zij niet goed in is. Dus laat de organisator zoveel mogelijk organiseren, de verbinder, verbinden, de opruimer, opruimen, de spreker de praatjes houden, etc.

Wat we in veel van onze trainingen merken is dat de meeste mensen het best moeilijk vinden om te benoemen waar ze goed in zijn of anderen daar feedback op te geven. Veelal gaan dingen waar je goed in bent “vanzelf” en daardoor valt het niet zo op. Daarom is het voor ieders werkplezier aan te raden om eens een keer als team daar met elkaar over te praten en te kijken hoe je als team daar rekening mee kunt houden.

Moeiteloos briljant in poetsen!

Zo gaf een van onze cursusdeelnemers een keer aan dat ze het af en toe heerlijk vindt om de keuken in het verpleeghuis schoon te maken en op te ruimen. Zoals ze zelf zei: “Ik word daar rustig en blij van.” Anderen hadden eerder het tegenovergestelde dus in het vervolg wordt daar rekening mee gehouden. We merken ook in onze trainingen dat het vaak heel ongebruikelijk is om elkaar aan te spreken omdat dat vaak heel dichtbij komt hoe iemand is. Dat wordt als erg spannend ervaren omdat het er dan om gaat of je überhaupt gezien wordt door je collega’s. Dit is niet iets dat je een keer op een achternamiddag doet. Belangrijk is dan dat er een open en veilige sfeer is. Echter als het team tijd en ruimte maakt om dit bij elkaar te benoemen dan gaan zaken weer stromen en neemt het werkplezier aanzienlijk toe.

Wil je op een laagdrempelige wijze achterhalen waar je teamleden “moeiteloos briljant”  in zijn klik dan hieronder en vraag de teamoefening aan.

 

Is werkdruk en werkplezier voor iedereen altijd hetzelfde?

Wij dachten van niet. Daarom hebben we literatuur- en veldonderzoek gedaan naar twee leeftijdsgroepen. Hiervan hoorden we regelmatig dat veel mensen  van die groepen problemen hadden met ervaren werkdruk en een teruglopend werkplezier. De groepen die we onderzocht hebben zijn de ‘dertigers’ en de 55+’ers. De belangrijkste conclusies van het onderzoek zullen we hieronder weergeven.

Waar lopen de 55+’ers tegenaan?

 

Door veranderingen werkt de automatische piloot niet meer!

Bij 55+’ers kwam met name het steeds veranderende werk naar voren. De automatische pilot werkt niet meer. Er worden nu andere zaken van hen verlangd dan vroeger toen ze met deze baan begonnen en hiervoor moeten ze schakelen. Dat steeds schakelen wordt als vermoeiend ervaren.

Om welke werkzaamheden gaat het?

Deze werkzaamheden worden genoemd.

  • Vooral administratieve taken.
  • Maar ook overleggen met o.a. ouders en collega’s.
  • Ook de druk die op de deadlines staat geeft extra stress.
  • Het geldt vaak ook voor de taken die naast de reguliere taken uitgevoerd moeten worden. Deze komen vaak tussen de werkzaamheden door en dat betekent elke keer weer schakelen en dat vergt met name veel energie. Ook zijn deze taken vaak onvoldoende afgebakend. Hierdoor zijn de wederzijdse verwachtingen niet duidelijk en dat wordt ook als stressvol ervaren.
  • En ook voor het registeren in zich steeds vernieuwende digitale systemen zorgt bij elke aanpassing weer voor extra ervaren werkdruk. De senioren geven aan dat het leren van vaardigheden op dit gebied hen extra energie kost omdat ze niet met deze technologie zijn opgegroeid.
  • Tevens geven veel senioren aan dat hun primaire taak (lesgeven) steeds meer van hen vergt. 

 

Moeite met omgaan van  afnemende vitaliteit.

Daarnaast lopen ze vaak ongemerkt tegen de gevolgen aan van hun afnemende vitaliteit. Uit de literatuur en de praktijk blijkt dat senioren vanaf 55 tot hun pensioen meestal tegen een of meerdere, aan teruglopende vitaliteit gekoppelde, zaken aanlopen. Denk hierbij o.a. aan het teruglopen van het (korte termijn) geheugen, het gezichtsvermogen, het filter van het gehoor zodat andere geluiden harder binnenkomen en het vermogen om zich langdurig te kunnen concentreren. Als je je werk op dezelfde wijze probeert te doen als je altijd hebt gedaan, heeft dat als direct gevolg dat je meer tijd nodig hebt voor dezelfde taken als vroeger. Wanneer je je werkwijze, planning en je verwachtingen niet bij stelt, zorgt dat voor extra stress. Je wordt dan zowel geconfronteerd met je beperking als met het feit dat je regelmatig het gevoel hebt dat je tijd tekort komt.

Wat doet dat met hen?

De meeste 55+’ers gingen op het eind van de dag moe naar huis. Ze geven aan dat ze extra vrije tijd nodig hebben om al het werk gedaan te krijgen. Meer dan de helft had behoefte om eens stil te staan bij hun carrière en vooruit te kijken naar het einde van hun loopbaan. Centraal staat ook het belang dat hun werk nog innam in hun leven en of de organisatie en hun jongere collega’s ‘nog wel zaten te wachten’ op hun kennis en ervaring.

Voor deze groep hebben we de goed beoordeelde training “Fit en in balans je loopbaan voltooien” ontwikkeld.  Hierin kijken we naar het nu en naar de toekomst en geven we handvatten hoe om te gaan met de situatie. De doelstelling is dat het werkplezier weer gaat stromen. 

meer werkplezier

Werkdruk en werkplezier bij de dertigers.

 

Waar lopen de dertigers tegenaan?

 

Spanning tussen  werk en privé.

Bij de “dertigers” wordt de werkdruk veelal gezien in relatie met de andere bezigheden in het privé leven. Denk aan jonge gezinnen waar voor de kinderen in werktijd wat geregeld moet worden. Met name de pieken op het werk zorgen voor veel druk omdat deze direct een groot effect hebben op het privéleven. Niet alleen het regelen maar ook het vragen of anderen wat voor ze willen doen, voelt niet altijd fijn.

Plannen, keuzes maken en aangeven van grenzen.

Maar ook het feit dat het plannen van die werkdrukpieken vaak niet lukt, zorgen in het privéleven voor stress. Er is meestal weinig regelruimte en dat zorgt continu voor spanning. Het aangeven van grenzen en het maken van keuzes zijn voor deze groep belangrijke punten.

Dit geldt zowel voor de mannen als de vrouwen.

Frappant is dat er nauwelijks onderscheid is tussen mannen en vrouwen. Ook mannen die aan het onderzoek deelnamen gaven aan dat ze moeite hadden met de scheiding werk en privé.

Wanneer is goed, goed genoeg?

Dertigers stellen zichzelf steeds deze vraag: “Wanneer is het werk goed genoeg en kun je met een gerust hart nee zeggen?” Bijzonder is dat ook medewerkers die geen gezin hebben vaak ook tegen hun grenzen aanlopen. Omdat ze het allemaal graag heel goed willen doen. Deze inspanning is vaak ook gerelateerd aan het krijgen van een vaste aanstelling bij die werkgever of in aanmerking komen voor een hogere functieschaal. Omdat ze toch tijd hebben en het werk leuk vinden, blijven ze maar bezig en beschikbaar voor het werk en maken vaak hele lange dagen. Sommigen gaan zelfs met collega’s die in dezelfde positie zitten op vakantie omdat ze zoals ze zeggen geen tijd hebben om buiten hun werk een sociaal leven op te bouwen.

Weinig relaxte 30-ers.

Wij denken dat de problemen waar dertigers mee worstelen gerelateerd zijn aan hun leeftijdsfase. We komen bijna geen relaxte dertigers tegen. De meesten hebben het druk, druk, druk. Dit zowel in hun werk als privé.  Ze willen alles, en vliegen hierdoor van hot naar her. Daarom hebben we in het kader van persoonlijke ontwikkeling ook de training krachtige keuzes als dertiger ontwikkeld waar we praktische handvatten geven hoe hiermee om te gaan. Voor de dertigers die dit lezen een echte aanrader. Een goede investering die zichzelf dubbel en dwars terug verdient.

Gratis onderzoeksrapport!

Wil je één of beide rapporten ontvangen, laat dan hier je gegevens achter.

Werkplezier en persoonlijk leiderschap!

 

De organisatie.

Hoe de organisatie in elkaar zit wordt vaak ook bepaald door de branche. Zeker voor het onderwijs en voor de zorg geldt dat de overheid door middel van inspecties daar een flinke vinger in de pap heeft. Sommige dingen zijn zoals ze zijn en iedereen heeft bepaalde dingen te doen. Echter er is altijd wel wat ruimte om daar als organisatie een eigen draai aan te geven. Zeker als het gaat om de keuzes die gemaakt worden als het gaat om het inzetten van de talenten van de medewerkers. Organisaties die “strak” geleid worden vinden vaak gelijke monikken gelijke kappen en dat betekent dat iedereen hetzelfde moet doen ongeacht motivatie en kwaliteiten. Bij andere organisaties wordt bewust gezocht naar ruimte en ‘mogen’ medewerkers vaker dingen doen die goed bij hen passen. Het mooie is dat als dat gebeurt gelijk het werkplezier omhoog gaat. Dus ons pleidooi als je als organisatie gericht wat wil doen met het werkplezier kijk naar je mensen en hun talenten en benut die ook. 

Werkplezier is ook afhankelijk van de persoon en zijn situatie!

De medewerkers zijn mensen die naast hun werkvermogen ook hun sociale leven binnen brengen. Dit heeft ook effect op het werkplezier. Als mensen lekker in hun vel zitten gaat het werk gemakkelijker dan wanneer dat niet het geval is. Daarom is het altijd goed om daar op te letten. Het komt regelmatig voor dat er in de organisatie niets veranderd is maar dat het werk opeens bij iemand niet meer loopt doordat er in de privésituatie wat verandert. Denk aan de dertigers of de 55+’ers. Dan is het tijd om het gesprek aan te gaan en te kijken wat mogelijk is.

Toon persoonlijk leiderschap en maak de keuze die voor jou het beste is!

Bij werkplezier gaat het altijd ook om persoonlijk leiderschap. Probeer als het wat tegen dit zit niet gelijk te leggen bij de organisatie. Die kun je maar ten dele beïnvloedden. Bij werkplezier en werkdruk gaat het er om of de combinatie tussen jou en de organisatie nog klopt. Het is daarom goed om jezelf regelmatig de vraag te stellen of je nog op het goede pad zit. Past wat je doet nog bij je en is dat wat je ook wil blijven doen.

Werkplezier is een goede graadmeter.

Als je nog regelmatig met plezier  naar het werk gaat, is het goed. Let wel op dat je nog voldoende uitgedaagd wordt. Naast burn-out wordt er ook gesproken over bore-out. Dus als je signalen krijgt dat je baan je begint te vervelen en daardoor teveel energie kost. Kijk dan eens in de spiegel en vraag je af of je nog wel op de juiste positie zit. Wanneer dat niet het geval is, ga het gesprek met je organisatie aan wat je nodig hebt. Misschien is er wat anders mogelijk. Lukt dat niet maak dan je keuze en ga op zoek naar iets anders dat je wel blij maakt. Het doet me verdriet als ik mensen hoor zeggen: “Had ik toen maar dat of dat gedaan. Ik heb daar nog steeds spijt van.” 

“Freddy Mercury zei tegen zijn bandleden: “Je wil toch niet volgende week wakker worden en dan de rest van je leven spijt hebben dat je niet deelgenomen hebt aan Live Aid.”

Ik ben blij dat ik me in mijn eerste baan realiseerde dat de combinatie tussen de HAS en mij toen op dat moment geen goede was. En toen de stap heb gezet en de HAS vaarwel gezegd. Het heeft me uiteindelijk een stuk verder gebracht in mijn persoonlijke ontwikkeling en heel veel werkplezier opgeleverd. 

Ad van Heijst